Slepen met dood aas

 

Vissen met dood en dan met name het slepen doen we met om hoofdzakelijk snoek en snoekbaars te vangen. Je kunt hiervoor langere spinhengels gebruiken maar beter zijn parabolische lichte karperhengels want die zijn zachter waardoor we beter een dode aasvis weg kunnen zetten. Een voordeel bij deze hengels is ook een mooiere dril waarbij we een diep buigende hengel kunnen verwachten. Dat gooien met een aasvis doen we eigenlijk niet maar soms is het handig als je een vis ziet jagen om je aasvis voor z,n neus te parkeren of eigenlijk er voorbij om het aas langzaam naar de plek te trekken. Het is een relaxte manier van vissen en bijna vangst zeker.

De opzet is vrij eenvoudig met een nylon lijn waar we een speciale sleepdrijver op monteren ( schuivend of vast ), loodje, een wartel met onderlijn en natuurlijk een takel. Deze takel maken we in verschillende formaten zodat we de juiste lengte kunnen gebruiken met betrekking tot het formaat van de aasvis. Ik heb het niet zo op verstelbare takels want die slippen ook met de aanslag. Wat je wel kunt doen is de ruglijn niet vastzetten maar deze pas aanknijpen als de aasvis is gemonteerd. Als eerste stellen we de gewenste diepte in waar we de vis verwachten waarna we de aasvis naast de boot laten zakken. Vervolgens geven we lijn tot de dobber een meter of 5 tot 10 achter de boot ligt.

Nu gaan we ons langzaam verplaatsen, roeiend of met een elektromotor, waarbij we de rand van een talud volgen. Een voordeel is als je een GPS hebt met een track want door eerst langs het talud te varen en onze track opslaan, kunnen we deze makkelijk volgen en weten we wanneer we moeten bij sturen. We zetten 2 hengels in waarbij we de binnenste hengel ondieper afstellen dan de buitenste. Wordt een aasvis gepakt, dan draait de tweede man eerst de andere hengel snel binnen voor deze zich bezig gaat houden met de controle over de boot. Vis je alleen, vis dan met 1 hengel of draai de 2de hengel pas binnen na de aanslag om slikken te voorkomen. Niets is erger dan een dreg uit een strot peuteren.

Als aasvis kun je eigenlijk elke vis gebruiken maar het beste kies je voor een vissoort die van nature veel voorkomt in het water waar je vist. Toch zijn ook makrelen, haringen, spieringen en zelfs sprot goed te gebruiken. Vooral de geur van deze vissen trekken de rovers aan en geven hem de impuls om het aas te nemen. Bij elke aasvis is het belangrijk om er een “draai” aan te geven dus voor het vastzetten van de rughaak moet je de vis iets krom trekken. Hierdoor zal de aasvis langzaam om zijn as draaien en zo een gewonde vis nabootsen. De mooiste aasvis is volgens mij een baars. Snoek is dol op deze prooivis en baars komt overal voor. Nog een voordeel is de stevigheid cq taaiheid van de huid van baars die het toestaat de vis te werpen. De zeevis werp je zo van de haak.

Brasem zou een logische optie zijn (makkelijk te vangen komt overal voor) maar door de hoge rug sla je vaak mis en een brasem draait ook niet gemakkelijk om zijn as dus eigenlijk niet zo geschikt. Voorns zijn prima en makkelijk te vangen en redelijk in een bun levend te houden dus een aantal aasvissen kun je van te voren vangen en bewaren voor een visdag. Neushaakje voor, dreg 1 net achter de kop en dreg 2 achter de rugvin. De neuskaak en dreg 1 pas vastknijpen als de lengte is bepaald.

Het materiaal dat we gebruiken verschilt van persoon tot persoon. Ik gebruik het liefst een karper penhengel met een reel terwijl andere liever een spinhengel gebruiken maar reken wel om een lengte van een 3 meter of meer. Het voordeel van een reel is de vrijloop die afstelbaar is en vaak voorzien is van een ratel waardoor de vis makkelijk lijn kan nemen en je gewaarschuwd wordt. Bij korte hengels ben je beperkt in de diepte de je kunt bevissen want met schuifdobbers kun je niet slepen. Wel met de speciale dobbers zoals hierboven op de foto want hier kruipt de lijn tijdens het slepen niet omhoog. Als lijn moeten we nylon nemen in een dikte van 35 a 40 /100 ste en deze vetten we in zodat deze lekker drijft. Dynema is kan ook maar dan in ongeveer 15/100 ste hou er dan wel rekening mee dat we geen rek meer hebben dus bij een korte lijn niet te hard aanslaan maar meer in een vloeiend beweging de lijn strak trekken op de vis. Heb je een schuivende dobber??  Gebruik dan geen dyneema want het rafelt en slijt behoorlijk. Natuurlijk starten we de beweging pas als de lijn strak staat en we de vis voelen op de hengel om lijnbreuk te voorkomen. Als je er geen ervaring mee hebt, oefen dan eens op het droge. Hoe? Laat je maat de lijn vasthouden en doe je ogen dicht. Je maat loopt weg naar links of rechts met een losse lijn. Als hij er klaar voor is geeft hij een seintje waarna je je lijn inhaalt tot je weerstand voelt. Je maat kan met de hand een beetje trekken om een vis te imiteren. Je begrijpt het verder wel. Niets is zo vervelend voor een snoek om met een takel in zijn bek een langzame dood te sterven.

Op snoekbaars

Zie ook het artikel "met het loodje"

 Slepen op snoekbaars gaat anders al kan het wel op dezelfde manier maar dan door de aasvis kleiner te nemen en natuurlijk je montage aan te passen. Een kleinere dobber, minder lood en kleinere dreggen op een kleinere aasvis tot 15 cm. Een beter manier om op snoekbaars te slepen is het bodem loodje. We werpen deze of slepen het loodje op een drift of track over de bodem waarbij we de hengel in de hand houden om bij een aanbeet direct te kunnen aanslaan of lijn kunnen geven afhankelijk van de montage.

Op snoekbaars gebruik ik geen dreggen maar alleen een enkele haak die licht door de neus van de aasvis wordt geprikt. Voorkeur heb ik voor spiering want dat is een zeer gewilde prooi van snoekbaars en ze meuren ook lekker. Snoekbaars jaagt vaak op geur dus vandaar. Schoenlepel model of gewone wartelloodjes op de lijn, wartel eraan en een onderlijn. Meer is er niet nodig. Wel kun je met een aasnaald een spiering op de lijn rijgen en dan pas de haak monteren ergens net achter de rugvin. na het vastzetten van de haak leggen we een paar halve slagen lijn om de kop van de vis zodat we het aas rechtuit blijven vissen. Neem haken met ogen en leg een lus in de lijn, makkelijker kan niet.

Als hoofdlijn gebruik ik nu wel graag dyneema in de dikte 8 of 10/100 ste om beter gevoel te hebben. Hier knoop ik een fluo carbon onderlijn aan van een anderhalve meter 30-35/100 ste, wartel en (aas)onderlijn. De schoenlepel loodjes kun je zo op de lijn draaien en zijn makkelijk te wisselen als je wat zwaarder moet. Gebruik je wartelloodjes dan doen we een speld schuivend op de lijn of neem een hoekafhouder. Soms moet je wat hoger van de bodem vissen omdat je anders alleen maar vuil haakt en dan maken we een breeklijn aan de speld en knopen daar dan een loodje aan. Het mooiste is als je een aasvis met een balsa pen die we in de aasvis prikken zwevend maakt. Op deze manier kun je wel tot een meter boven de bodem vissen en maak je de snoekbaars helemaal gek. Op deze manier gevist aas wordt vaak knalhard gegrepen en je hebt geen last meer van vuil haken. Als hengel nemen we nu een spinhengel of baitcaster van ca 2.40 die parabolisch is. Echte topactie hengels zijn te hard en de verticaal stokken ook nog eens te kort. Behalve !!!!! vissend met een fireball. Dat is eigenlijk ook slepend vissen maar schaar ik onder verticalen.

grt Bert