

Voorwoord
Slepen oftewel trollen doen we natuurlijk met een plug, lepel, natuurlijk aas en andere soorten kunstaas zoals bij de Big-Game worden gebruikt maar dat laatste is een verhaal apart want ik heb geen verstand van Big-Game. Wel van het slepen met pluggen en lepels want ook natuurlijk aas ga ik hier niet behandelen omdat we daar een eigen item over hebben nl: dood aas. Ik ga iets vertellen over mijn ervaringen en hiervan ga ik proberen een uitleg te geven.
![]()
Slepen kan op eigenlijk elk water maar ik zal even wat voor en nadelen opnoemen. Meren/plassen waar je steile taluds hebt die doorlopen tot minder dan een meter zijn moeilijk te bevissen omdat je elk moment met de plug in zo’n talud vast kan zitten en je stuurt je helemaal gek. Slepen op dat soort wateren gaat erg goed met een GPS en een track die je van te voren kunt maken en zo steeds over een mooie route op de juiste diepte kunt slepen omdat de contouren van het talud worden aangegeven zodat je van te voren al bij kunt sturen. Of je gaat aan de slag met ondiep lopende pluggen en lepels tot je het water beter hebt leren kennen. Rivieren moet je oppassen dat je niet op de kribben loopt en dat je aas niet tegen de kribben vastloopt want de kribben lopen onder water door zodat je snel vast zit als de plug diep loopt. Ook heb je overal kuilen en bulten en die verplaatsen zich ook nog door de jaren heen want zo’n stromende rivier is erg dynamisch. Het makkelijkst vis je tegen de stroom in en vaar je onder de goede wal dus rechts en duik je tussen de kribben om de rand van de keerstroom af te vissen. Kanalen gaan uitstekend want die hebben vaak een redelijk gelijke bodem dus is het heel makkelijk om op een bepaalde diepte te vissen en deze vast te houden. In het najaar zijn veel kanalen vergeven van het afvallende blad en ook de bodems zijn vaak erg vuil waardoor het beter is om niet op de bodem te stuiteren met je plug. Het is wel zaak dat je vel kilometers maak in een kanaal en dat je plekken waar de eentonigheid wordt onderbroken extra aandacht geeft. Zee is ook een mooie plas om op te slepen want vooral in de warme maanden kun je prachtige dagen meemaken met tientallen makrelen en als je geluk hebt een zeebaars of een zeeforel. Makkelijk te bevissen want je kunt het eigenlijk niet fout doen. Neem in ieder geval slanke aasjes die snel gevist kunnen worden. Vis ook rustig een dieplopende plug want als je de bodem zou raken, ligt er meestal zand en af en toe de bodem tikken kan een zeebaars doen toeslaan.
![]()
Tja,
door een plug aan je lijn te binden en deze op enige afstand achter je boot door
het water te trekken. Nou dat is wel erg simplistisch want er komt meer bij
kijken. Eén van de belangrijkste is welke vissoort je belaagd. Op snoekbaars
gebruik je kleinere pluggen, liefst met rammelaar en dieplopend zodat je af en
toe op de grond stuitert terwijl je snoek probeert te verlei
den met grote
pluggen eventueel ook rammelend maar vaak ondiep. Door een hengel in de steun te
zetten en een hengel in de hand te houden, vergroot je je kansen maar ook de
kansen op vast lopen dus weet wel waar je met twee hengels gaat vissen. De
handhengel vis je actief door steeds je aas te versnellen en te vertragen door
met je hengel te bewegen, ook de hengel heffen en dalen geeft de plug een op en
neer gaande route. Als je een ondiepere plek tegen komt, hef je de hengel en
gaat je aas iets ondieper. Hou de hengel wel stevig vast want op dit soort
bulten liggen graag grote rovers. Gebruik wel een onderlijn op zoet water
geschikt voor snoek zoals een dikke fluocarbon, titanium of gewoon staal. Voor
op zee zijn geen onderlijnen nodig maar onzichtbare fluocarbon is niet verkeerd.
Nog een tip van varen is de richting waar de wind vandaan komt en dit heeft
niets met de vis te maken maar meer over uw gezondheid. Sleep het liefst tegen
de wind in om makkelijker je snelheid te houden en om sneller te stoppen bij een
aanbeet maar je krijgt geen uitlaatgassen in je neus. Ik heb er wel eens
hoofdpijn van gehad en helemaal bij weinig wind recht van achteren.
![]()
Met
pluggen of lepels en die sleep je met een bepaalde snelheid die je eerst moet
uitvogelen. Sommige pluggen kunnen snel gesleept worden terwijl andere uiterst
langzaam moeten worden getrold. Hoe als leidraad dat je de snelle aasjes in de
zomer en de trage aasjes in de winter inzet. Lepels kunnen vooral goed zijn als
er op zee gesleept wordt waarbij makreel en zeebaars het doel zijn. Vraag in de
hengelsportzaak maar naar aasjes welke gesleept kunnen worden want het zijn er
te veel om op te noemen maar om een voorbeeld te geven, rapala shad rap in als
zijn formaten en de Fatso voor snoek, bombers longA etc. Soms tref je een plug
die erg goed is en die hadden we in Denemarken voor zeeforel gevonden. Een
Bagley diep lopende ook op het Veerse meer en in Denemarken bleken de tasmanian
devils vangers. Je zal moeten
proberen en voor jezelf moeten kiezen uit het uitgebreide assortiment maar de
tip die ik voor je heb, kijk naar de diepte van je water en geef die door aan de
winkelier. Begin nou niet aan planners, divers, downriggers en wat er allemaal
niet is op het gebied van slepen maar hou het simpel. Door het oogje van je plug
iets te verbuigen kun je ook pluggen uit elkaar laten zwemmen maar ook je actie
vernielen dus, uitproberen. Koop ook eens een afwijkend stuk aas want wie weet
is dat de doorbraak in de dressuur op jou water. Zo heb ik zelf pluggen gemaakt
van dik in de 20 cm en daar snoek op gevangen terwijl alle ander aasjes
geweigerd werden.
![]()
Vissen kun je met twee soorten hengels namelijk spinhengels en baitcasters. Mijn voorkeur gaat uit naar baitcasters en dan het liefst 1 delig ook nog maar dat is een voorkeur als de hengel maar parabolisch buigt en niet te stijf/hard is dan is deze te gebruiken. De buiging heb je nodig om de vaak harde klappen op te vangen bij een aanbeet om lijnbreuk te voorkomen want de vis knalt op je aas terwijl jij nog ca 5 km per uur vaart. Stel je de hengel op in een steun dan is het des te belangrijker dat je dat met een “zachte” hengel doet maar een hengel mag niet zo zacht zijn dat je de top niet meer ziet bewegen op het ritme van je aas. Dat ritme is erg belangrijk om te kunnen onderscheiden of er vuil aan je kunstaas hangt want met vuil op de haak is vangen van vis voorbij. Ik gebruik dus een reel op de baitcaster maar ook molens op de spinhengels. Reels zijn beter geschikt om mee te trollen vindt ik maar ook hier weer een persoonlijke keuze. Spinhengels gebruik ik meer op zee waar ik met een 30 grams makreel vang op een gesleepte abu/pakoT lepel en nog zwaardere met het werpen in de buurt van wrakken maar dat heeft niets met trollen te maken. Als lijn gebruik ik tegenwoordig alleen nog maar dynema dus daar kan ik kort over zijn. Welke?? Fireline en power pro maar leef je gerust uit en lees de forums maar voor je zelf een keuze maakt. Aan het einde knoop ik een stuk fluocarbon van een meter of anderhalf, knoop voor deze verbinding zie de link http://www.onderlijnenvooropzee.nl/ Helaas moet je wel zoeken want de directe link is weg. Toch een eenvoudige uitleg, neem de lijnen dubbel, steek de dyneema door de nylon lus, wikkel 7 x, wikkel 3 x terug weer door de nylon lus, aantrekken en minimaal 3 halve steken maken voor de afwerking. Afknippen en een drupje secondelijm doet de rest.
![]()
Ik heb
hierboven al wat omschreven zoals je hengel in horizontale stand van links naar
rechts te trekken met gevarieerde snelheden en ik heb het al gehad over het
heffen van je hengel om je aas ondieper te laten gaan. Verder kun je met de
handhengel de lijn stukjes opdraaien en zo steeds dichter bij de boot slepen
maar ook iets opdraaien en weer de vrijloop open zetten waardoor het aas even
stil valt zijn soms de trekker die de roofvis doet afgaan. Variëren met je
snelheid is ook een optie en pas je aan de vissoort aan. Snel varen tot 10 km
uur voor makreel en zeebaars is geen probleem maar een snoekbaars zal zo’n aasje
laten lopen. Snoek slepen doen we met gemiddeld 4.5 km/uur en snoekbaars zo
langzaam mogelijk tot 5 km/uur. Roofblei is ook weer zo'n snelle rover en
stroomafwaart met 10 km/uur is geen probleem voor deze vis. Probeer altijd een
vaste route te maken in je GPS en zoek de randen van de taluds of bulten in een
plas. Obstakels zijn leuk maar kosten je wel veel stukken kustaas. Ervaring is
de beste leermeester en je plug over de bodem laten stuiteren zou ik alleen doen
als ik weet dat ik niet snel vast kom. Het slepen is een samenspel van
hengelbeweging, stuurmanskust en interpretatie van de dieptemeter en GPS.
Hou goed in de gaten als je wolken prooivis ziet en blijf daar dan in de buurt. Krijg je geen aanbeet, wissel dan van aas door een flink grotere of juist kleiner stuk kunstaas te monteren. Het aas is vaak minder belangrijk. In Denemarken tijdens het slepen op zeeforel hielden wij een diepte aan van ongeveer 5 tot 8 meter en door een paar rondes gemaakt te hebben krijg je track sporen op de GPS en die zijn dan makkelijker te volgen en als je nou ook nog een waypoint aanmaakt op de vangstplaats ben je goed bezig. Snoek sleep ik vaak langs de kanten en het liefst kom ik af en toe plantenbedden tegen die hoe lastig het ook is regelmatig aan mijn haak gaan hangen maar daar zit wel de vis. Op snoekbaars vis ik tegen de bodem en stuiter daar regelmatig tegenaan zodat vuil vaak voorkomt en de economie wel vaart want een paar pluggen verspelen per dag kan zomaar. Denk nu niet dat snoekbaars alleen maar op de bodem zit want wij hebben meegemaakt dat ik met mijn maat 17 snoekbaarzen vingen op 13 meter water met een gesleepte plug die maximaal 8 meter diep ging. Het bewijs dat de snoekbaars hoog zat bleek uit de vangsten van de andere Baitrebels want die vingen maar een enkele. Ook kun je snoek vangen midden op de plas waar 30 meter water staat en waar je met een ondieplopende plug overheen vaart. Moraal van deze? laat altijd je aas in het water ook als je naar een andere stek vaart en een plas oversteekt.